zouden we dat wel doen?

het leven volgens henkdecorte

21 maart 2017

Er is niks veranderd. Of toch niet veel.

Morgen zal het precies 1 jaar geleden zijn dat Brussel en bij uitbreiding ons land werd opgeschrikt door twee vreselijke, laffe, terroristische aanslagen. 
Ik zat op een tram die door Schaarbeek reed, op weg naar het werk, toen het nieuws van een ontploffing in de luchthaven op mijn smartphone te lezen viel. Het waren nog halfbakken en voorzichtige berichten, de nieuwsmakers waren nog niet zeker of het om een ongeluk of een terreurdaad ging. De tram reed voorlopig rustig verder, niemand in de tram maakte zich ongerust, of toch niet over dat ondenkbare. 
Achteraf zou blijken dat Mohamed Abrini, aka de man met het hoedje, al begonnen was aan zijn flinke wandeling van de luchthaven naar het centrum. Rond 9u42 passeerde hij aan het Meiserplein, geef en neem een klein halfuur nadat ik op datzelfde plein van de tram was gestapt om de laatste meters naar het werk te voet te doen.
Het was uitzonderlijk dat ik de tram had genomen, meestal neem ik 's ochtends de metro, dat is minder aangenaam maar het gaat wel sneller. De metro die ik bijna dagelijks nam en nog steeds neem rijdt door station Maalbeek. 
Er zijn veel slachtoffers gevallen die dag, doden en anderen: zwaargewonden, nabestaanden, getraumatiseerde hulpverleners, ...  Ik was daar gelukkig niet bij. En als bij wonder ook niemand die ik persoonlijk ken. Op de meest verschrikkelijke momenten vinden vaak de meest wonderlijke dingen plaats, daar al 'ns over nagedacht?

We zijn nu dus een jaar verder. Toen #Hautekiet vanochtend via twitter een oproep deed met de vraag wat er in ons leven is veranderd sinds 22 maart begon ik na te denken. Het was vooral die gezwollen opener die mij daartoe dwong: 
"Er is een tijdperk voor 22/3 en tijdperk na 22/3." 
en dan kwam die vraag
 "Hoe hebben de aanslagen jouw leven veranderd? En onze maatschappij?"
Na een paar minuten nadenken antwoordde ik kortweg: "Niet" 
Prompt kreeg via sms en whatsapp een paar verbolgen reacties. Sommigen dachten ik met mijn reactie kritiek had op het thema van de uitzending, anderen zagen mijn beknopte 'niet' als een politiek hypercorrecte/linksintellectuele/islamofiele/schrappenwatnietpast opmerking van 'iemand die het maar niet wil inzien.'
Beide soorten reacties raakten mij. Ik probeerde alleen maar eerlijk op die vragen te antwoorden. En het antwoord was en is nog altijd twee keer 'niet'. 

In mijn persoonlijke leven is, in vergelijking met een jaar geleden, niks bijzonders veranderd. Ik ben persoonlijk niet veranderd, op wat extra grijze haren na misschien. En mijn leven is ook nog steeds hetzelfde: ik werk nog altijd in Brussel, ik ga nog altijd uit in Brussel, ik wandel nog altijd kriskras door de stad als ik daar zin in heb, ook 's avonds. Mijn werk is nog altijd ongeveer hetzelfde en mijn weekdagen hebben meestal nog altijd hetzelfde soort begin en einde als in 'dat vorige tijdperk'.
Thuis, ergens in een typisch Vlaams dorp dat zich graag profileert als 'vertrouwde schakel', is eigenlijk ook niks veranderd. Of het moet die verandering zijn waarbij het gemeentebestuur ondertussen opnieuw officieel bestuurbaar is verklaard. Dat lijkt een hele vooruitgang maar in de praktijk merk je daar niks van.
In mijn leven is er dus echt niks fundamenteels veranderd.

"En de maatschappij? Die is toch wél veranderd sinds vorig jaar?", vroegen sommigen mij. 
Even over nagedacht...en dan opnieuw: "Niet echt, toch?"

De angst voor die gevaarlijke islamterreur? Die was er ook al met #JeSuisCharlie, in januari 2015. 
Die zwaar gewapende soldaten in de straten? Die zijn uit de kazernes gejaagd na de aanslagen in Parijs, op 13 november 2015. 
Brussel is toch een belegerde stad geworden?  Brussel heeft er sinds WOII niet meer zo belegerd uitgezien als in de 4-daagse van 21-25 november 2015, #brusselslockdown, met die rondgetwitterde katjes toen, weet u nog? Dat was exact 4 maanden vóór het begin van dat nieuwe tijdperk.

En laat ons eerlijk zijn: de angst voor moslimterreur was er ook al met de aanslagen in Madrid en Londen, met de fatwah op Salman Rushdie, met de moord op Theo Van Gogh, met de aanslagen op 9/11, in 2001. 
Die angst was er zelfs al toen Bush Sr. in 1990 aan een Golfoorlog begon tegen Saddam Hoessein. Omdat hij als seculiere dictator een wahabistische staat was binnengevallen notabene, het was iets met onbetaalde schulden en een discussie over olie.
Ik was toen 18, ik stond op het punt aan het volwassen leven te beginnen, en toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens verklaarde op de televisie dat ons land voor het eerst sinds lang echt betrokken was geraakt bij een groot internationaal conflict. Enkele weken lang dacht ik dat mijn leven al gedaan was nog voor het echt was begonnen. Wat voor zin had het nog als de wereld en Koeweit letterlijk in brand stonden? Waarom zou ik nog moeite doen om mijn talenten te ontplooien als ik elk moment opgeroepen kon worden om als milicien op een mijnenjager in de Perzische Golf te gaan zitten?  Een paar weken later bleek het allemaal nog wel mee te vallen. Elf jaar later verklaarde diezelfde Mark Eyskens dat de derde Wereldoorlog was uitgebroken. Er waren twee torens ingestort.
Om maar te zeggen dat er weinig écht veranderd is. Zelfs niet omdat het 'nu wel heel kortbij is gekomen'. Voor de mensen die vorig jaar een geliefde, een collega of hun gehoor verloren hebben, ja. Maar voor mij? En voor de gemiddelde u? Neen toch?

Wacht, wacht. Er is misschien toch wel iéts. 
Ten tijde van de aanslagen had ik een fantastisch lief en sindsdien ben ik opnieuw vrijgezel. En Theo Francken heeft ondertussen Maggie De Block opgevolgd aan de top van de meest populaire politici in ons land, dat ook. 
Ik ga er in beide gevallen van uit dat die veranderingen ook zonder aanslagen zouden gebeurd zijn.












01 januari 2017

Nieuwjaarsbrief voor Radio1

Beste Radio1- bazen,


Ik wens jullie een wondermooi 2017 toe.
Hopelijk is dat nieuwe jaar voor jullie alvast beter gestart dan voor mij.
Toen ik op de eerste dag van dit jaar wakker werd en naar dagelijkse, zeg maar vastgeroeste gewoonte mijn radio opzette kreeg ik het geneuzel te horen van een abt die zich met mij ‘verbonden wist via de radiogolven’ en dan iets begon te murmelen over goede voornemens, de zoektocht van Maria naar de ware reden van het bestaan en het belang van de herders in dit verhaal. Het was al even geleden dat een jaar zo slecht begonnen was.


Ik wens jullie dan ook geweldig veel moed toe in het nieuwe jaar.
Het zal nodig zijn, want als ik het goed begrepen heb wordt 2017 alweer een heel belangrijk jaar voor Radio1. Ik veronderstel dat jullie opnieuw wat wijzigingen zullen doorvoeren in het uitzendschema en ik weet nu al dat jullie elke aanpassing zullen verantwoorden met een verklaring waarin de begrippen ‘luisteraar’, ‘onderzoek’ en ‘veranderende luistergewoonten’ zullen gebruikt worden. Dat is goed, elke beslissing die jullie zullen nemen moet goed doordacht en strategisch te verantwoorden zijn.

Maar mag ik toch even op iets wijzen?
Welke veranderingen of aanpassingen jullie ook invoeren, geen enkele zal geloofwaardig zijn als jullie niet eerst die vermaledijde eucharistieviering op zondag afschaffen.

Je kan op geen enkele geloofwaardige wijze blijven beweren dat de luisteraar belangrijk is als je hem op elke zon- en elke christelijke feestdag wegjaagt door een uur lang een mis uit te zenden.
Voor alle duidelijkheid: de maatschappelijk discussie of een christelijke viering op een openbaar radiostation nog haar plaats heeft in deze religieus overgevoelige tijden laat ik zelfs nog onaangeroerd. Het gaat mij vooral over de radiofonische kwaliteiten van die mis. Want geen enkele verklaring met de woorden ‘luisteraar’ of ‘veranderende luistergewoonten’ in kan van toepassing zijn op een zendschema met eucharistieviering in.

Ik vraag jullie oprecht: is er iemand van jullie, leidinggevenden van Radio1, die op zondag al eens zijn radio heeft laten opstaan tussen 10 en 11u ‘s ochtends?*  Wellicht niet. Begrijpelijk ook, want dat is niet om aan te horen. Als je dat op radiofonische gronden analyseert is dat een uur lang saaie en slecht gepresenteerde inhoudelijke nonsens. Bloedernstig bedoelde nonsens dan nog. Muzikaal (ja, er wordt soms ook in gezongen of een orgel bespeeld) valt het bovendien volledig buiten het Radio1-muziekprofiel, zelfs als je dat van pakweg Wonderland of Luc Janssen er naast legt. Daarbij komt nog dat het hele ding zowaar langer duurt dan de gemiddelde podcast, vandaag klokte de mis af op 54 minuten. Enfin, geen enkele radiomaker die zijn werk au serieux neemt zou zoiets durven uit te zenden. En dus moet het afgeschaft worden.

O ja, ik ken de argumenten die in het verleden gebruikt werden om die mis te verantwoorden: openbare dienstverlening, historisch gegroeid, politieke beslissing,... wel, ze houden in 2017 al lang geen steek meer, toch zeker niet als je rekening wilt houden met de luisteraar, wat jullie toch willen doen, neem ik aan?

Als het om de dienstverlening gaat, zend die mis dan gewoon uit op het veel populairdere Radio2. Of bied ze online aan, vreemd genoeg is op jullie site en in Radioplus ongeveer alles herbeluisterbaar behalve die mis, wisten jullie dat?
Of, mijn ultieme suggestie: laat ze op een C-90 cassettetje persoonlijk bezorgen  aan die 18 luisteraars -ik kan er een of twee naast zitten- die er op zitten te wachten.

Als het om de andere argumenten gaat, dan is het tijd dat jullie enige moed tonen en bewijzen waarom jullie je titel en loon van manager waard zijn. Schaf die mis af en zend op zondagochtend iets uit wat Radio1-waardig is.
Doe het voor de luisteraar. Hij is belangrijk, dat zullen jullie binnenkort ongetwijfeld beweren.


Uw kapoen Henk.

*Ik weet dat jullie niet geluisterd hebben. Speciaal voor jullie laat ik eerstdaags een cassettetje bezorgen met de uitzending van vandaag.

06 november 2016

Jan Wauters is dood

Stel je even voor: een reporter van Radio 1 doet in De Ochtend of De Wereld Vandaag een live-verslag vanop pakweg de Boekenbeurs. De reporter vertelt ononderbroken 12 minuten lang enthousiast over wat hij of zij allemaal ziet en hoort. Zijn stem wordt luider als hij iemand een boek ziet kopen en hij geeft een kleine anekdote mee wanneer de ene auteur zijn signeersessie beëindigt en een andere aan de zijne begint. Na dat minutenlange verslag start er een plaatje, maar nog voor het refrein goed en wel begonnen is schakelt de presentator snel terug naar diezelfde reporter. Blijkbaar heeft iemand ondertussen een boek gekocht en de reporter gaat nog eens 7 minuten door te met vertellen van wat er op diezelfde Boekenbeurs verder nog allemaal gebeurt. Absurd, hoor ik je tot hier denken.

een monoloog van 12 minuten
Nochtans is dat wat er tegenwoordig bijna elke avond gebeurt op Radio 1. Het gaat dan wel niet over de Boekenbeurs of een andere beurs als Batibouw. Ook niet over de Amerikaanse presidents-verkiezingen of terreurdaden in Brussel of Parijs. Neen, over zulke onbenulligheden zou je veel kunnen vertellen en live-verslagen maken, maar nooit een monoloog brengen van 12 minuten. Dat zou compleet uit den boze zijn. Slechte radio ook. Dat zou geen enkele zender toelaten die zichzelf en zijn luisteraars au serieux neemt.

En toch gebeurt het bijna elke avond op Radio 1. En wel over voetbal. Meestal over de Belgische competitie, de Jupiler League, de pintjesliga.
De voorbije week was er op vijf van de zeven dagen een Sporza-uitzending die overwegend met voetbalverslaggeving gevuld werd. Op dinsdag was er uitzonderlijk Wonderland met de wonderlijke stem van Annelies Moons. Gelukkig kregen we tussen het geweldige interview met John Scofield over Toots Thielemans en het item de invloeden van Hooverphonic door nog wat live-uitstapjes naar een of andere Europese voetbalwedstrijd. 

de slechtste voetbalcompetitie van heel Europa
Okee, sportverslaggeving is ook verslaggeving. En sportnieuws is ook nieuws. En een radiozender als Radio 1 moet daar aandacht aan besteden, tot zover ben ik helemaal mee.
Maar waarom moet daar zo onredelijk en onverklaarbaar veel uitzendtijd aan besteed worden?  Kun je niet gewoon zoals met de rest van het 'nieuws' een korte vooruitblik en achteraf een klein verslag geven? Eventueel met een interview erbij, zelfs al wordt daarin door voetballers nooit iets zinnigs gezegd. En als er een topper is in de beslissende speeldag van de play-offs kun je daar wat meer aandacht aan geven, maar een heel seizoen lang elk uur radio 34 minuten live-verslaggeving brengen van een paar matchen tussen middenmoters in de slechtste voetbalcompetitie van heel Europa? Wat is daar de informatieve relevantie van?

Als alle tijd, energie, personeel en middelen die nu naar de live voetbalverslaggeving van Sporza gaan zouden gebruikt zouden worden voor verslaggeving en journalistiek over alles wat géén voetbal is... dan zou Radio 1 misschien wel de mooie informatiezender kunnen zijn die het zo graag wil zijn.

in de tijd van Jan Wauters

Kijk, ik ben nochtans een voetballiefhebber. Ik speel het tegen beter weten in zelf nog altijd en ondanks het geld, de corruptie en nog andere spelbedervende factoren in het moderne voetbal kan ik nog wel steeds als toeschouwer genieten van een goeie voetbalmatch. Maar dan moet je wel kunnen kijken!!! Je moet die dieptepassen zién vertrekken, je moet die tackle zién om te kunnen beoordelen of het een schwalbe is, je moet die netten zién trillen om te weten of het mooie goal is. Daar heb je bewegende beelden voor nodig, zoals op tv of op het internet. In tegenstelling tot hun soortgenoten in de tijd van Jan Wauters kunnen voetballiefhebbers tegenwoordig alles live volgen mét beeld. Al dan niet betalend of via wifi of op café. Maar wel mét beeld.
In de tijd van Jan Wauters was er amper voetbal op tv. We moesten het doen met een paar doelpunten in Sportweekend en af en toe een Europese match, als die tenminste uitverkocht was, anders géén uitzending. In de tijd van Jan Wauters werden alle matchen in de Belgische competitie bovendien op dezelfde avond of namiddag gespeeld. Niet op elke dag  van de week.

Kijk, die tijd is voorbij. Jan Wauters is dood. Peter Vandenbempt heeft vorige week de Grote Prijs Jan Wauters gewonnen. Laat dat een mooi symbolisch moment zijn om voetbalverslaggeving op de radio voor eens en voor altijd ten grave te dragen. 


08 september 2016

Ik ben een dierenbeul.

Ik ben een dierenbeul. Dat zeg ik zelf niet, dat hebben vandaag twee mensen luidop tegen mij gezegd.
Het was een beetje zelfgezocht, dat moet ik toegeven. Ik had op twitter even luidop deze vraag gesteld:


En toen volgde het een hele dag reacties van voor- en tegenstanders van onverdoofd slachten. Een paar interessante, een paar grappige en heel veel zure, racistische en zielige reacties. Weg sfeer, weg debat.
De twee mensen die mij kortweg 'ja, je bent een dierenbeul noemden' waren twee mensen die ik graag tot het interessante kamp reken. En dat had een mooi debat kunnen opleveren, helaas.

Mijn enige bedoeling was om wat nuance en vertwijfeling in het debat te krijgen. Want ik ben uiteraard vóór verdoofd slachten en tegen nodeloos dierenleed. Maar ik ben ook heel erg tegen hypocrisie en gebrek aan kennis. En in dit zwart/wit-schapendebat is het volgens mij niet allemaal zo simpel, tenzij je hypocriet mag zijn.
Enkel volbloed vegetariërs hebben het recht tegen onverdoofd slachten te zijn
De voorbije dagen werden we er door De Standaard nog een keertje aan herinnerd dat een groot deel van het vlees dat in onze winkels ligt waarschijnlijk halal is en dus onverdoofd is geslacht. Blijkbaar liggen veel vleeseters daar minder wakker van dan van de schapen die voor het islamitische offerfeest worden geslacht.
Je mag van mij - zoals die veel mensen de voorbije weken en maanden - samen met onze Vlaamse Minister van Dierenwelzijn staan schreeuwen dat onverdoofd slachten barbaars is, maar wees dan niet hypocriet en word dan vegetariër. Pas als volbloed vegetariër heb je het recht om een strikt verbod op onverdoofd slachten te eisen. En dan zal ik nog veel respect voor je opbrengen ook.

Ik ben geen vegetariër, ik eet alles. Toen ik een keertje iemand vertelde hoe mijn dieet er ongeveer uitziet maakte die mij er attent op dat ik 'de regel van Michael Pollan' volg. Ik kende man noch regel, maar toen ik het opzocht bleek dat inderdaad helemaal overeen te komen met mijn eetgewoonten. Pollan vatte zijn hele visie op gezonde voeding samen in 7 woorden:  Eat food. Not too much. Mostly plants.


Mostly plants. Veel groenten en fruit, ook veel granen en noten. Maar niet Only Plants, ik eet dus wel degelijk eieren, kaas, vlees en vis. Tegelijkertijd ben ik er zeker van dat ik veel minder vlees eet dan de gemiddelde Vlaming, zelfs nog altijd veel minder dan de gemiddelde 'om-verdoofd-slachten-schreeuwende-Vlaming'.  Ik doe dat bewust. Te veel vlees eten is slecht voor mijn eigen gezondheid, voor ons leefmilieu en voor de dieren. Ik probeer niet enkel minder vlees te eten, ik probeer ook bewuster te zijn in het soort vlees dat ik eet. Liever biologisch geteeld vlees dan industrieel gekweekt vlees. Liever seizoensvis dan overbeviste tonijn. En liever verdoofd dan onverdoofd geslacht, dat ook ja.
Dierenwelzijn gaat over zo veel meer dan enkel de manier waarop we ze afmaken
Want dierenwelzijn is belangrijk, we zijn geen barbaren meer. Maar, en nu komt het: dierenwelzijn gaat over zoveel meer dan enkel de manier waarop we ze afmaken. Het leven dat de dieren geleid hebben vooraleer ze afgemaakt worden is toch nog veel belangrijker dan het feit of ze nu al dan niet een slagpin in de kop geschoten kregen voor dat mes die halsslagader doorsnijdt? Het gaat er toch gewoon om dat die dieren zo weinig mogelijk afzien?
"kippen die pijn gehad hebben zijn niet lekker"
Ik heb als kind gezien hoe mijn grootmoeder en mijn vader kippen slachtten. Mijn grootmoeder zag dat ik dat niet leuk vond. Ze troostte mij door te zeggen dat ze haar best deed om die beestjes niet te veel pijn te doen, want 'kippen die pijn gehad hebben zijn niet lekker.' Dat laatste was wellicht een leugentje om bestwil, maar het vat wel samen waar het om draait: als je vlees wilt eten moet er geslacht worden, leuk of niet leuk, schattig of niet schattig. En als er geslacht moet worden doe je dat zoals je het dier hopelijk ook hebt gekweekt: met respect voor de basisrechten van zo'n beest. Want wij zijn tenslotte zelf toch geen beesten?

En dan komen we bij die kippen van mij. Ik heb legkippen. Die beesten leggen in ruil voor keukenrestjes dagelijks of tweedagelijks een ei. Ik ben hen daar zo dankbaar voor dat ik ze een mooie, grote ren heb gegeven. Met veel ruimte, veel gras, veel schaduwplekjes en veel oude boomstammen vol lekkere insecten en wormen. Ik mag er graag van uitgaan dat die beesten een wondermooi leven als kip leiden. Ik heb ze in ieder geval nog niet horen klagen.
Wanneer ze niet onverdoofd door een vos of een marter gekeeld worden houden ze het zo enkele jaren uit tot ze wat ouder en strammer worden. Dat is het moment waarop ik denk: ik mag ze niet laten uitteren, ik moet ze nu slachten. Dan kan ik ze tenminste nog opeten.
Een dier slachten doe je niet met sadistisch genoegen, laat dat duidelijk zijn
En dan moet ik drie dagen moed bijeenrapen om er echt werk van te maken. Want een levend dier slachten is geen pretje, je doet dat niet met sadistisch genoegen. Ik zou het ook liever  verdoven maar hoe doe je dat? Met ether? Met een overdosis slaappillen?  Ik zou het niet weten. En dus doe ik het zo rationeel mogelijk: ik leg de kip rustig neer met haar kop op een stevig houtblok en snijdt dan met een vlijmscherp mes in één stevige haal de hele nek door. Binnen de halve seconde is dat beest dood. Dat zit dan wel nog wat na te spartelen, en dat ziet er heel erg pijnlijk en creepy uit,
maar gelukkig weet ik dat dat enkel om spastische zenuwtrekken gaat van een dier dat al zeker dood is. Dood als: gevoelloos en dus pijnloos.

Ik slacht dus mijn kippen onverdoofd. Maar ik weet wel heel zeker dat ze er veel beter aan toe zijn dan al die verdoofd geslachte kippen uit de industriële kippenkweek die bij Ben Weyts en zijn schreeuwende volgelingen op de barbecue liggen.  En dus ben ik geen hypocriet.
En al zeker geen dierenbeul.


27 augustus 2016

De zomer van... Julian Cope (deel 2)


Een kleine maand geleden stelde ik het eerste deel samen van De Zomer van... Julian Cope.
Geïnspireerd door het Radio1-programma en een idee van Rik Moens destijds in Het Laatste Uur koos ik bij elk thema een passende song van Julian Cope. (voor de hele uitleg, lees deel1).

We zijn nu 20 afleveringen en dus 20 thema's verder. Mijn missie om de muziek en de figuur van Julian Cope te promoten lijkt een beetje op het verkopen van warme kippensoep tijdens een zomerse hittegolf, maar hey, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nadia Sminate had ik deze zomer tenminste een leuke bezigheid.

Trouwens, Julian zou de eerste zijn om te zeggen dat hij geen missionarissen nodig heeft:
'My mission was always intended to be slightly outside the public eye, because that makes me appear more interesting than I really am. A lot of people don't realise that merely by staying away, you can create a myth.'


36. Meezingnummers  (Wim Opbrouck)

World shut your mouth  (uit 'Saint-Julian')


Zijn grootste commerciële hit, mét meebrulrefrein dat qua tijdsgeest in de zomer van 2016 niet eens zo misplaatst is.  Het live meebrullen zal niet meer zo makkelijk zijn want voor zover ik weet speelt Copey dit nog zelden of nooit live. In 2005 heeft hij het uitzonderlijk nog een keertje gedaan:



37. Liedjes over schoenen  (Jo Lemaire)

Promised Land  (uit 'Peggy Suicide')

"I'm out in my walking shoes. I'm on my way to my promised land."



38. Adoratie / Verheerlijking   (Pascale Platel)

Hymn to the Odin  (uit 'Revolutionary Suicide')

Mijn eerste gedacht bij dit thema was iets uit Autogeddon, bijvoorbeeld de titeltrack Autogeddon Blues, omdat Cope hierin op zijn typische manier vertelt over de adoratie van de mens, inclusief hijzelf, voor de automobiel. Een adoratie die ons noodgedwongen naar de verdoemenis zal leiden, is het niet als verkeersslachtoffer dan toch minstens als milieuslachtoffer.
Maar het is zomer, en in tegenstelling tot Nadia Sminate wil ik het positief houden en dus heb ik een song gekozen waarin Cope écht iemand adoreert, al is dat dan een mythische figuur. ...my hero'o...




39.  Troost  (Chantal Acda)
I've got my tv and my pills  (uit 'Interpreter')

Een hele mooie zou hier No hard shoulder to cry on geweest zijn, maar die song had ik al gekozen bij het thema Androgyne Stemmen. Tweede, maar daarom zeker niet minder interessante keuze is deze track uit Interpreter, een plaat uit jaren '90 , waarin Cope terugblikt op zijn pyschisch verwarde periode in de jaren '80.  Pijnlijk, maar ook zelfrelativerend en dus ook mooi.



40.  Het weer  (Eva De Roovere)

A crack in the clouds  (uit 'Saint-Julian')

Een nummer dat begint als een weerbericht maar dan over veel minder banale dingen als het weer blijkt te gaan. Gelukkig maar.
De synths in dit nummer doen mij altijd aan The Sound denken. Nog zo'n zwaar onderschatte groep! Gelukkig heeft die ook al een missionaris.



41. Het einde van de wereld / de Apocalyps  (Christophe Van Rompaey)

Autogeddon Blues  (uit 'Autogeddon')

Ik had dit nummer al eens 'geproefd' voor het adoratie-thema (zie hierboven) en ik vis het nu op met min of meer dezelfde reden: Cope bezingt hierin hoe onze adoratie voor de automobiel in een verslaving is geëvolueerd die het einde van de wereld zal veroorzaken.
Een mooie song die op het einde een beetje de bocht uitvliegt, zo gaat dat wellicht bij een naderende Apocalyps.



Ik had ook het 24 minuten durende Kiss my sweet apocalypse uit het gelijknamige Black Sheep-album kunnen kiezen, maar dat is strikt gezien geen Julian Cope maar een Holy McGrail-song en dus kleurt het een beetje buiten de lijntjes.  Ik vind het bovendien niet als geluidsfragment op het grote internet. Straf dat dat nog kan.

42.  Live  (Frank Vander Linden)
As the beer flows over me  (Live in Village Underground - London, januari 2015)

Door allerlei omstandigheden heb ik Julian nog maar twee keer in levende lijve gezien. De eerste keer was ik bang dat het zou tegenvallen. Het viel mee, en nog geen beetje. Alles wat Frank Vander Linden (en ik) zo belangrijk vinden aan live-muziek was aanwezig: geen enkele exacte kopie van de plaatversies en een evenement op zich.
En dus ging ik vorig jaar nog een keertje kijken in Londen. Van dat concert staan een stuk of 10 songs online. Dit is er eentje van. Het applaus is dus deels van mij.



42. Ierse muziek  (Peter Vandenbempt)
Lastig thema. Ik had Cromwell in Ireland  ('This is a folksong, a wtf!-song,...' ) al eens gekozen bij de uitzending over 'New Tradition' en dus zat ik nu een beetje vast want Cope heeft muzikaal niet zo veel met traditionele folk. 

Wacht, er is ook nog dat Black Sheep-project, daar staan nogal wat donkere akoestische folky songs op. Ik zal daar eentje van nemen voor New Tradition en dan doen we hier Cromwell. Ok?

I wanna know what's in it for me  (uit de 'Preaching Revolution' EP)




43. Anti-Oorlogsliederen  (Roland Van Campenhout)

Can't get you out of my country  (uit 'You gotta problem wit me')

Ongeveer een kwart van het recentere Julian Cope-oeuvre kan je catalogiseren als anti-oorlogsliederen. Op de cd You gotta problem with me staan een paar songs die geschreven werden in de nasleep van de Amerikaanse invasie in de Golf.  Dit is er eentje van.
Well I'm a little orphan boy, out in the streets of Bagdad,...




44. Welk lied vertelt jouw levensverhaal?  (Ivo Van Hove)

The Black Sheep's song (uit 'Black Sheep')

Prachtige melodie. Intriest thema. Een beetje zoals mijn leven dus. En dat van u ook, wellicht.
To rally every black sheep is my goal....



45. Keuzes maken   (Imke Courtois)
It's too late to turn back now  (uit 'Black Sheep' alweer)

Derde song kort na elkaar uit 'Black Sheep', een ode aan de outsiders in de Westerse maatschappij, de positieve anarchie en de strijd voor vrijheid in een wereld vol uitwassen van religie en kapitalisme. Prachtplaat uit 2008.
Keuzes maken en niet te veel achterom kijken.



46. Mankementen en fouten  (Bruno Vandenbroecke)

Out of my mind on dope and speed   ( uit 'Skellington')

Na zijn hitplaten 'Saint-Julian' en 'My Nation Underground' maakte Julian Cope de commerciële 'fout' om 'Skellington' uit te brengen: een op amper drie dagen opgenomen lo-fi-plaat die hij om zijn platenfirma te treiteren gewoon in eigen beheer uitbracht. Het album is een ode aan de imperfectie: slordig opgenomen, rammelende songs. Rockjournalisten met voorliefde voor clichés spreken dan wel eens van commerciële zelfmoord. Voor Julian Cope was het als een bevrijding. Sinds die plaat heeft hij enkel nog platen gemaakt waar hij zelf helemaal kon achterstaan, opgenomen zoals en met wie hij zelf wilde.
Bruno Vandenbroecke was op zoek naar fouten die hoorbaar op plaat staan. De slordigheid van de opnamen is goed te horen rond 0:40, waar het gebrabbel van Julian Cope tijdens de opnamen gewoon op de tape is blijven staan. Wellicht zoals hij het zelf wilde.



47. (weg)dromen  (Lies Steppe)
When I dream   ( uit 'Kilimanjaro' van The Teardrop Explodes)

Als ik droom doe ik van ba ba ba ba ba ba ba babedaba ba whoaaooo....



48. Energieke songs   (Esmée Bos)

Beautiful Love  ( uit 'Peggy Suicide')

Dat pianootje! Die baslijn! Die trompetten uit een doosje! Dat refrein!



49. Voor op restaurant (Tine Reymer)

Hill of Odin   ( uit 'Rite²')

Een van de tracks uit de reeks akoestische ambientplaten die Cope gemaakt heeft onder de titels Rite, Rite² en Rite Bastard.  Perfect voor op restaurant, ook al heb ik het nog nooit ergens gehoord en dat zal wellicht ook nooit meer gebeuren.
Akoestische ambient, is dat eigenlijk een muzikaal hokje dat al bestaat?



50. Muziek voor in de auto  (Lady Linn)

Heed: of penetration & the city - Dweller  (Head Remix)  (12")

Een wonderlijk dub-remix van het nummer Head uit 'Peggy Suicide', bijna onherkenbaar . Het staat ook op de dub-compilatie '110 Below - a journey in Dub / Vol.1' die jarenlang in mijn auto heeft gekampeerd en waar ook colle dingen van African Headcharge en Nusrat Fateh Ali Khan. Heeft me heel vaak door moeilijke nachtelijke autoritten geholpen. Versterker op ... 25 was toen het maximum denk ik.



51.  Beeldrijke/Filmische songs  (Geert Verdickt)
Upwards at 45°    ( uit 'Jehovahkill' )

Een van mijn favoriete songs, net na Safesurfer (zie Solo-thema).
Het eerste beeld dat het oproept is dat van een opstijgend ruimtetuig. De titel spreekt wat dat betreft voor zich maar ook muzikaal is dit het equivalent van een hardhandige ontvoering door onsympathieke ruimtewezens.
Verder zit de tekst nog barstensvol vreemde beelden. Die openingszin alleen al: 400 meters across and hanging like a football field...




52.  Laatste thema: Nederlandse en Vlaamse songs die de Duitsers moeten ontdekken (Bart Moeyaert)
She's got a ring on her finger (and another one through her nose)  ( uit 'Dark Orgasm')

Julian Cope heeft zélf ooit het omgekeerde gedaan: hij heeft als eens soort Krautrock-missionaris de Angelsaksische wereld laten zien welke geweldige muziek de Duitsers gemaakt hebben. Zijn Krautrocksampler wordt algemeen beschouwd als een standaardwerk over dat onderwerp.
Net als bij het Nederlandstalige thema van Wim Helsen zal ik hier een beetje vals moeten spelen.
Weet je wat? Ik kies een lied dat tien jaar oud is maar o zo relevant is bij de Zomer van 2016, mede bepaald door Nadia Sminate en haar geweldige bijdrage aan het maatschappelijk debat.
Burkha woman, better leave your veil at home....




Zo. Dat was de zomer van Julian Cope, en ook een beetje die van mij. Want ook voor een fan is het soms wroeten in dat vreemde, alle kanten opvliegende en ondertussen ook zeer uitgebreide oeuvre van die rare Engelse kwiet. En door dat zoeken en wroeten heb ik opnieuw een paar albums opgelegd waar ik al een tijdje niet meer naar geluisterd had. Het is altijd fijn om dingen te herontdekken.

Hebben deze lijst helaas (vermaledijde thema's!) niet gehaald: wondermooie popsongs als Treason, Sunspots en China Doll. Ook geen ijzingwekkend The Great Dominions of  zijn coole eerbetoon aan funkgrootmeester George Clinton in Soul Medley. Helaas ook niks van zijn vette powergitaarrocktrio Brain Donor of zijn elektronische gedoe met Queen Elisabeth.
Ach, volgend jaar is er nog een zomer. Met of zonder boerkini, zolang het maar niet de Zomer van... Nadia Sminate wordt.













31 juli 2016

De zomer van... Julian Cope

Net als vorig jaar pakt Radio 1 uit met een fijn zomerprogramma waarin gasten en luisteraars suggesties mogen doen voor platen. Die platen moeten passen binnen een thema, een thema dat wordt aangebracht door de gast van de dag.

Het doet (mij) een beetje denken aan dat programma dat Koen Fillet lang geleden maakte op zondagavond: Het Laatste Uur. Een van de vaste 'leveranciers' in dat Laatste Uur was Rik Moens, ondertussen gepensioneerd muzieksamensteller bij Radio 1. Hij maakte er toen een sport van om bij elk thema een nummer van Harry Nilsson voor te stellen. En wat heb ik hier ontdekt: Rik doet deze zomer gewoon verder met het promoten van 'zijn' Harry Nilsson.

Toen hij en ik nog samen bij Radio 1 werkten wilde ik stiekem een beetje Rik Moens zijn. En dus doe ik met een mijner muzikale helden graag wat Rik voor Harry Nilsson doet: ik heb bij alle thema's van de Zomer van... een gepast lied gezocht van Julian Cope.

Ik ben een volwassen man, vader van drie kinderen, waarvan al eentje meerderjarig, ik dweep niet meer snel met iets of iemand. Ik heb niks met vlaggen of merken, niet met acteurs of koks, niet met politici of met sporters. Ik ben te rationeel om een fan te zijn, van om het even wie. Maar... als er één figuur is die ik bijna mateloos bewonder voor ongeveer alles wat hij doet dan is het Julian Cope. Omwille van wie hij is, wat hij maakt, hoe hij schrijft, waarvoor hij staat.
De kans is groot dat jullie niet eens weten wie Julian Cope is. Misschien kennen jullie wel een liedje of twee, drie van hem. Dat zou kunnen. Hij heeft - lang geleden - een paar grote hits gehad en was in de UK zelfs een tieneridool. Hij heeft ook een keertje op Rock Werchter (toen nog Torhout/Werchter) gestaan.

Maar Julian Cope is muzikaal zoveel meer dan die paar pophits. En net daarom vind ik hem zo interessant. Ik ben iemand die zowel van radiovriendelijke popmuziek als van keiharde gitaarnoise houdt, iemand die zowel new-wave-deuntjes als psychedelische P-funk apprecieert en iemand die op een folkfestival al eens een ambient jazz-optreden meepikt. En wat wil het toeval nu? Julian Cope speelt al zijn hele carrière al die muzikale stijlen door elkaar. Ik ken niemand anders die zoveel muzikale idiomen beheerst en toch altijd als zichzelf klinkt. Zelfs Bowie en Prince, die ik ook zeer hoog acht, moeten wat dat betreft ver voor hem onderdoen.
Ik heb geprobeerd om die muzikale verscheidenheid van Julian Cope te bewaren in het lijstje dat ik heb samengesteld op basis van de thema's uit de Zomer van... Er staan poppareltjes in, maar ook zware doomgitaren, lo-fi folksongs en flink wat psychedelica.
Ik heb mij er enorm mee geamuseerd, en wie weet kan ik nog één enkel iemand enthousiast maken voor Head Heritage, de wondere wereld van Julian Cope. Dan is mijn missie al geslaagd.
Hier gaan we:

1. Schuld bekennen (Daan)

Don't call me Mark Chapman (uit 'Autogeddon')

Een nummer dat verwijst naar de moordenaar van John Lennon maar eigenlijk gaat over de wraakgevoelens die je koestert wanneer een rijke stinkerd met zijn dikke Ferrari je zwangere vrouw aanrijdt.



2. Voor in bad (vrolijk/melancholisch) (Johan Petit)

Planetary sit-in  (uit 'Interpreter')

Op het eerste gehoor een vrolijk en licht melancholisch liedje, al gaat het wel over de het langdurige protest van milieuactivisten bij de bouw van een nieuwe autoweg in Zuid-Engeland. Tja, het is wel Julian Cope hé!




3. Lastige vrouwen (Thomas De Soete)
Militant Feminist Dream  (uit 'The Unruly Imagination')

Geen commentaar, of ik krijg last van de vrouwen.




4. Viva la revolucion!  (Enrique Noviello)
Russian Revolution Blues  (uit 'Revolutionary Suicide')

Er zijn meer dan 10 songs van Julian Cope met het woord 'revolution' in de titel. Dit was dus een makkie. Op dezelfde plaat staat ook de Mexican Revolution Blues en die klinkt bijna hetzelfde, dat zegt genoeg zeker?



 5. Het goede doel  (Chris Lomme)
Reynard the fox  (uit 'Fried')

Gaat eigenlijk over zichzelf, op de vlucht voor iedereen die hem kwaad wil doen. Het dateert dan ook uit de periode dat hij wat last had van paranoïde, onder meer. Het nummer is achteraf echter heel vaak gebruikt als strijdlied in de anti-vossenjachtcampagnes in de UK, het goede doel dus.



6. Klassiek geïnspireerd  (Kurt Van Eeghem)
An elegant chaos  (uit 'World shut your mouth')

Het is niet echt klassiek geïnspireerd zoals Kurt Van Eeghem het bedoelde, maar ik vind dat het mooi in dat thema past omdat het een van die vele nummers is van Julian Cope waarin de (alt)hobo, het 'klassieke' houten blaasinstrument, zo'n belangrijke rol speelt. Iemand heeft die nummers zelfs eens opgelijst.



7. Jeugdsentiment (Linda Van Waesberghe)
Sunshine Playroom  (uit 'World shut your mouth')

Een song uit de eerste solo-plaat van Julian. Ze is gemaakt in een periode dat hij compleet van de wereld was door drugs en paranoïa. Hij was toen bijvoorbeeld ook compleet bezeten door zijn collectie metalen speelgoedautootjes. Luie psychologen zouden daar een verwijzing naar zijn jeugd en het gemis van zijn oude jongenskamer in kunnen zien.



8. Musical  (Ronny Mosuse)

S.P.A.C.E.R.O.C.K. with me  (uit 'Interpreter')

Dit was een moeilijke. Als er tóch een genre is waaraan Cope zich nooit gewaagd heeft is het musical. Hij heeft ook geen ambient metal track gemaakt met als titel 'West Side Story' of zo. In S.P.A.C.E.R.O.C.K. with me is wel een belangrijke bijrol voorzien voor een zangeres met opera-ambities. Opera is de musical van vóór 1920. Goed genoeg dus.



9. Kinderliedjes  (Kapitien Winokio)

I'm your daddy  (uit '20 Mothers')

Een slaapliedje voor de eigen dochters zoals alleen een papa als Julian Cope het kan schrijven: lieflijk en creepy tegelijkertijd.



10. Liedjes over eten   (Kobe Ilsen)

Hey high class butcher  ( B-kantje van de 'World shut your mouth'-sessies)

Met de - zelfs naar Julian Cope-normen - zeer bizarre zin: "In the night, in my kitchen I can hear my meat sighing."


11.  Solo's   (Thomas Vanderveken)

Safesurfer  (uit 'Peggy Suicide')

Het nummer begint meteen met een psychelische solo en dus past het perfect binnen dit thema, maar het is ook het enige nummer dat in deze lijst MOEST staan. Met dit nummer is destijds mijn fascinatie voor Julian Cope begonnen. Sex + gitaren + weirdness en dat 9 minuten lang. Als er één nummer op mijn begrafenis moet gespeeld worden, dit dus. (en dat geldt blijkbaar ook voor de dude die dit op YouTube heeft gezet, check de comments)



12. Vocale acrobatiek  (Jan De Smet)

The Loveboat  (uit 'Interpreter')

Moeilijk thema. Julian Cope heeft twee zangstemmen, zijn lage croonerstem en zijn hoge popstem, en hij gebruikt die allebei even vaak, maar acrobatieën? Dan maar de spacy stemmetjes in dit The Loveboat.





13. Vogels  (Lize Spit)

Albany  (uit 'The Jehovahcoat demo's')

Albany is de naam van Julian's eerste dochter. Toen die alleen ging wonen wilde ze graag vogels in huis. Ze besloot om een tijdje de ramen open te laten staan en na enkele dagen kwam er een koppel zwaluwen in haar woonkamer nestelen. Hij vertelt dat verhaal in dit interview.
Dit is geen song, maar één van die vele psychedelische tracks die Julian Cope ook in zijn discography heeft zitten. Waarom deze Albany heet is niet helemaal duidelijk. Ik hoor er ook geen zwaluwgetjilp in.



14. Brunchmuziek  (Radio Candip)

The Black Sheep song   (uit 'Black Sheep')

Omdat het zo'n mooie melodie is. Typisch Copey. Onder een venijnige politieke tekst. Nog typischer Copey.


15.  Crooners  (Neeka)

Pristeen  (uit 'Peggy Suicide')

Geen echte crooners voor Julian Cope, maar hier gebruikt hij zijn meest croonerachtige stem in de bezwerende openingstrack van 'Peggy Suicide'.


16. Acterende zangers   (Ward Verrijcken)

Robert Mitchum   (uit 'Skellington')

Voor zover ik weet heeft Julian enkel geacteerd in zijn eigen videoclips. Hij heeft wel een heel schoon liedje gemaakt over acteur Robert Mitchum. Het is geschreven in de tijd dat hij nog in één groep zat met Ian McCullogh van Echo&The Bunnymen maar hij nam het zelf pas op voor de lo-fi-plaat 'Skellington', de eerste plaat die hij in eigen beheer opnam als protest tegen zijn eigen platenfirma. Ondertussen heeft het een vaste plek in zijn live-sets, telkens met aandoenlijke fluitsolo.



17.  Luchtvaart  (Teddy Hillaert)

Just like Leila Khaled said   (uit 'Wilder' van The Teardrop Explodes)

Een liefdeslied voor de eerste vrouwelijke vliegtuigkaper uit de geschiedenis. Blijkbaar was de foto van deze Palestijnse terroriste destijds een soort vrouwelijk equivalent van de Che Guevara-foto's op de revolutionaire jongenskamers. Ondertussen is ze lid van de Palestijnse Nationale Raad.




18. Op reis  (Daniel Demoustier)

Spacehopper  (uit 'Saint-Julian')

Op reis met Julian Cope is meteen op ruimtereis. Met de spacehopper.



19.  Oorlogsliederen  (Gianni Marzo)

World War Pigs  (uit 'Citizen Cain'd')

"This song is freakin' me out." zingt hij zelf ergens halverwege. Tja.



20. Sterke vrouwen   (Barbara Dex)

X-mass in the woman's shelter  (uit 'Psychedelic revolution')

Een ode aan alle sterke vrouwen. Denk ik.



21. The U.S.A.   (Bjorn Soenens)

American Lite  (uit 'Peggy Suicide')

Lied over de liefde van zijn leven: zijn Amerikaanse vrouw Dorian. Ze leerden elkaar kennen tijdens de eerste Amerikaanse tournee van The Teardrop Explodes. Hij stond op het podium, zij was een groupie...



 22. Ziek zijn / Liefdesverdriet   (Saskia De Coster)

Ha Ha, I'm drowning  (uit 'Kilimanjaro', het debuutalbum van The Teardrop Explodes)



23. Het paradijs  (Michael Van Peel)

The greatness and perfection of love  (uit 'World shut your mouth')

Met gratis woordspelletje. The greatness and perfection of love vs. The greatest imperfection is love. Stromae, eat your heart out.





24. Uitzichtloze situaties  (Arne Sierens)

I'm living in the room they found Saddam in  (uit 'Citizen Cain'd')

Julian schreef dit vreemd nummer terwijl hij wekenlang in zijn schrijfkamer opgesloten zat om de deadline van zijn boek 'The Megalithic European' te kunnen halen. Hoe hij dan aan die vergelijking met Saddam komt weet hij alleen, vrees ik.
Ik had de versie van de plaat kunnen nemen, maar ik heb bij uitzondering een keertje een live-versie gekozen. Eentje waarbij ik zelf in het publiek sta.



25. Familie  (Tom Kestens)

Try try try  (uit '20 Mothers')

In zijn jonge jaren lag Julian Cope zwaar overhoop met zijn ouders. Zijn bizarre levensstijl en zware drugsverslaving maakten dat er natuurlijk niet beter op. In dit keiharde lied vraagt Julian aan zijn moeder waarom ze hem na al die jaren nog steeds niet vergeven heeft.
Het nummer staat op '20 Mothers' , een soort conceptalbum over de oerkracht van moeders. Op de hoes staan twintig moeders, waaronder Dorian, de moeder van Julians dochters Albany en Avalon en zijn schoonmoeder. Zijn eigen moeder staat er niét op...



26. Nederlands nederlandstalig  (Wim Helsen)
Charlotte Anne   (uit 'My nation underground)

Pas. Dit bleek een onmogelijk thema voor de Julian Cope-discografie. Uiteraard geen Nederlandstalige nummers, maar ook geen enkele verwijzing naar Nederland of iets Nederlands. Tenminste, ik heb ze niet gevonden.
Dan maar gewoon een mooi liedje. Tenslotte is 'Charlatan' toch een mooi nederlandstalig woord.



27. New tradition  (Bavo Vandenbroeck)
Cromwell in Ireland  (uit 'Psychedelic revolution')

Bavo Vandenbroeck is programmator van Dranouter Folk en zocht folksongs in de 'new tradition'.
"This is a folksong, a what the fuck-song!" over de zoektocht naar de grootste tiran aller tijden.



28. Liedjes met namen in de titel  (Eefje De Visser)

Julian H. Cope  (uit 'Jehovahkill')

Waarom niet gewoon een lied met zijn eigen naam?!
"Some people base their lives on a questionable fuck."



30. Zuid-Afrikaanse liedjes   (Tom Lanoye)

Ouch monkeys   (uit 'Everybody wants to shag the Teardrop Explodes, het pas tien jaar na opname uitgebrachte derde album van The Teardrop Explodes)

Alweer een moeilijk thema. De Kilimanjaro ligt niet in Zuid-Afrika.  Zitten er apen aan de Kaap?



31. Liedjes die je nooit op de radio hoort   (Hans Bourlon)

Incredibly ugly girl   (uit 'Skellington')

Hahaha. Zijn er liedjes van Julian Cope die je wél op de radio hoort? Ja, heel af en toe Beautiful love, Charlotte Anne en World shut your mouth. Maar zeker nooit  lo-fi-liedjes over ongelooflijk lelijke meisjes.



32. Orgelsongs   (Jean Blaute)

Doomed   (uit 'Skellington')

Julian Cope gebruikt heel vaak mellotron-orgels in zijn songs, ook live nog steeds. Maar ik vond niet meteen een coole mellotron-solo.
Daarom gewoon een simpel liedje vanop Skellington. Wat goedkope percussie, een slecht gestemde gitaar én een kerkorgeltje.



33. Androgyne stemmen  (Gregory Frateur)

No hard shoulder to cry on (uit 'Jehovahkill')

Androgyn is misschien niet het juiste woord, maar de hoge popstem van Julian zit hier mooi verweven tussen zijn lage croonerstem en zijn derde, wat krijsende stem. Drie voor de prijs van een. En wat een nummer!



34. Rare songteksten  (Ruud Hendrickx)

Mic Mak Mok  (outtake van de  'Fried'-sessies)

ALLE teksten van Julian Cope zijn rare teksten maar deze is de uitschieter. Geen flauw idee waarover ie het heeft en ook niet waarom Mic met een c is en Mak en Mok met een k.




En zo zijn we in de helft van de Zomer van... geraakt. Maandag neemt Lieve De Maeyer het roer over van Evert Venema. Het eerste thema wordt 'minimalistisch' met Jurgen Delnaet.
Ik stuur alvast deze inzending in en maak op het einde van de zomer deel 2.

Paranormal in de West Country  (uit 'Autogeddon')















24 maart 2016

Veiligheidsmaatregelen ja. Maar mag het iets minder onnozel?

“Goeiedag mijnheer, ik ben op de trein gestapt in Denderleeuw met een bom in mijn rugzak en ben hier in het Centraal Station uitgestapt maar niemand heeft mij gecontroleerd. Moet ik misschien eerst naar buiten gaan om dan terug naar binnen te komen zodat u mij kan fouilleren?”

Het lag op mijn lippen, ik heb het wél gedacht maar niét luidop gezegd tegen de soldaat in gevechtstenue daarnet in het Centraal Station in Brussel. Hij stond met het geweer in de aanslag toe te kijken hoe zijn collega’s iedereen die het station binnen wilden komen fouilleerden en hun bagage controleerden.  De soldaat zag er niet uit als iemand die net als ik het absurde van deze situatie zou inzien. En misschien is het ook nog wat te vroeg voor grapjes, zeker cynische.
Maar wat een klucht, een stukje absurd theater, typisch Belgisch surrealisme zouden sommigen met de glimlach zeggen. Ik niet. Dit maakt mij een beetje boos. Die extra veiligheidsmaatregelen in de grote Brusselse stations zijn namelijk complete nonsens.
Honderden mensen staan aan te schuiven om een voor een naar binnen gelaten te worden via die ene ingang die nog gebruikt mag worden, maar wie met de trein aankomt van buiten Brussel of de tram heeft genomen even verderop wandelt zonder problemen het station door.

Natuurlijk begrijp ik dat er na zo’n aanslagen verscherpte veiligheidsmaatregelen worden uitgevaardigd. Zelfs al is dat maar om de angst bij een deel van de bevolking weg te nemen. Daar is niks op tegen. Maar het moet wel een beetje serieus blijven hé.

Gisteravond ongeveer dezelfde idiote situatie aan het Noordstation: terwijl enkele honderden treinreizigers staan te drummen of braaf hun beurt af te wachten om na grondige controle binnen te mogen rijd ik met tram25 ondergronds het station binnen. Met de lange troltrap kom je boven in het station uit. Terwijl mensen gefouilleerd worden om de tram te kunnen nemen wandel ik zonder problemen in tegenovergestelde richting van het MIVB-gedeelte het poortje door naar de grote hal van het station en verder door naar de perrons.  Ik sta middenin het Noordstation en ben nooit gecontroleerd, van hieruit kan ik de massa reizigers zien die nog op hun fouilleerbeurt wachten. Als die honderden wachtenden buiten 200m verder zouden lopen tot aan halte Thomas en daar Tram25 nemen rijden ook zij probleemloos en ongestoord het Noordstation binnen. Ik heb tram25 aan het Meiserplein genomen. Daar werd ik niet gecontroleerd. Aan halte Thomas is ook geen enkele controle.
Voor alle duidelijkheid: ik heb ook geen enkele moeite moeten doen om binnen te geraken, laat staan iets stouts als een roltrap in de verkeerde richting nemen of onder een politielint doorkruipen.

Natuurlijk kan de overheid of het leger onmogelijk alle trein-, tram- en busstations en –haltes controleren. Dat is ook niet nodig. Maar doe dan niet alsof de grote stations veilig zijn door iedereen te fouilleren die de pech heeft via de hoofdingang te willen binnenkomen.
Denken de veiligheidsdiensten dat terroristen geen tramkaartje kunnen kopen? Of dat Denderleeuw of Liedekerke te ver van Brussel liggen om als terrorist daar op een trein te stappen?
Ik wil daarom een oproep doen aan onze veiligheidsdiensten en de bevoegde ministers: Doe ernstige veiligheidscontroles of doe er geen.
Zodat ik niet meer op mijn lippen hoef te bijten als ik een soldaat zijn werk zie doen.





11 februari 2015

Eerherstel voor het wc-rolletje. Nu!

Generaties lang stond het lege wc-rolletje symbool voor knutselmateriaal. Samen met de wijnkurk en het ronde smeerkaasdoosje vormde het lege wc-rolletje de basis van elk schoolknutselwerkje. Balpenhouders, autootjes, olifanten, kerstboompjes, àlles hebben we gemaakt met zo'n leeg, kartonnen cilindertje.
Hoe vaak hebben we als kind niet gewacht tot die rol in het toilet leeg was? Dagenlang keken we uit naar dat laatste vel om toch maar weer te kunnen beginnen aan ons volgende knutselwonder.
Maar die tijden zijn blijkbaar voorbij. Niet omdat de jeugd niet meer knutselt, dat niet. Het is veel erger. Ik hoorde deze week op de school van mijn jongste dochter dat wc-rolletjes niet meer ingezameld worden als knutselmateriaal om HYGIENISCHE REDENEN.
Zijn we nu echt helemaal zot geworden?! We zijn onze kinderen allemaal aan het opvoeden tot smetvrezers.
We maken onszelf al jaren wijs dat we onze keuken en onze handen moeten schoonmaken met dettol en we laten ons vertellen dat onze belegde broodjes belegd worden door latex handschoenen en nu, nu is plots het kartonnen wc-rolletje ook al niet proper genoeg meer om een vlindertje van te knutselen. Wat denken die schooljuffen? Dat wij na het laatste vel papier ons gat afkuisen met die kartonnen rol?   
Komaan zeg!
Het bizarre is dat al die smetvrezers niet beseffen hoe naief ze zijn, Of dom. Of hyprocriet, u mag kiezen.  Ik zie soms vrouwen hun schoothondje een kus op de lippen geven, ik durf te wedden dat die wel hun keukenvlak met dettol afkuisen. En die smetvrezers, die hebben toch ook een seksleven?  Tongzoenen die nooit? En als ze wat gelukkig zijn, dan pijpen of beffen die toch wel eens? Al eens over nagedacht hoeveel lichaamsvreemde bacteriën je zo binnenkrijgt? En dan hebben ik het nog niet over kontlikken.
Het moet stoppen. Niet dat kontlikken, maar wel die duivelse smetvrees. Herstel het lege wc-rolletje in ere als onschuldig knutselmateriaal. Nu!

05 september 2011

Te laat

Dag Sam,

Ik lees net dat dat Humo-hoofdredacteurschap niks voor jou was.
Mijn eerste reactie was: “idioot”. Dat was niet tegen jou , wel tegen mezelf.
Al een paar maanden zat ik te broeden op een mailtje naar jou. Ik wilde je iets laten weten.

Kortweg kwam het hierop neer:
1. Vroeger las ik Humo van voor naar achter, en weer terug.
2. De laatste jaren was mijn enthousiasme voor Humo fel verminderd. Ik kocht ‘m zelfs niet meer.
3. Sinds een goed jaar vond ik ‘m weer veel beter worden. Ik keek er op dinsdag zelfs opnieuw naar uit.

En dan zou ik ook allerlei positiefs geschreven hebben over RV, Jeroen Maris, interessante stukken en vernieuwing en zo. Misschien zelfs iets positiefs over strips en diversiteit in tekenaars en zo, stel je voor!

Maar nu heeft dat natuurlijk geen zin meer. Alsof ik op paasmaandag om 11u ’s avonds met overrijpe vijgen langskom.


14 september 2010

Zouden we dat wel verder doen?

Het is ondertussen bijna 4 jaar geleden. In een lichte vlaag van zinsverbijstering besloot ik toen om mijn eigen achteraf-kamertje in het grote www-huis in te richten. Een eigen blog zou het worden, want dat was toen hip.

In die tijd was ik iemand die wel eens durfde te discussiëren met vrienden, collega's en soms ook complete vreemden. Waarover? Over alles en nog wat, zo was ik, zo ben ik nog steeds.

Ik was toen ook iemand die van zichzelf dacht dat hij wel iets lezenswaardig kon schrijven, iets waar andere lezers dan de schrijver zélf iets aan konden hebben. Door ze te doen lachen, door ze te ontroeren, door ze te laten nadenken. Kortom: de dingen die ik zelf ook wil ervaren als ik het werk lees van anderen. Er zijn wel meer momenten geweest in mijn leven dat ik dacht dat ik iets beluister-, bekijkens- of lezenswaardigs kon produceren. Soms had ik gelijk, soms ook niet. In het geval van deze blog weet ik nog steeds niet goed of ik gelijk had.

Ik was toen iemand die ook veel vrije tijd had. Het huis was - min of meer - afgewerkt, de tuin was niet te groot, de meisjes werden groter en ik had het talent om verplicht familiebezoek tot een minimum te beperken.

Een blog dus. Al was dat niet evident. Het allereerste bericht was wat dat betreft al meteen overduidelijk: er was meer twijfel aan voorafgegaan dan aan het eerste excuus-bericht van de Vlaamse bisschoppenconferentie.

Het duurde even voor ik lezers had, het duurde nog langer voor iemand uit mijn eigen omgeving wist dat ik een blog bijhield. En dan duurde het plots niet meer zo lang voor er plots rel en nationale media-aandacht was. Enfin, een mini-relletje en een heel klein beetje media-aandacht. Maar toch, vanaf dat moment werd ik aangesproken over deze blog. Vanaf dat moment kwamen ook de vragen: Waarom schrijf je over die dingen? Waarom doe je dat? Is dat wel slim? Als ik heel eerlijk was moest ik op die laatste vraag "neen" antwoorden. Toch bleef ik doorschrijven.

Tot een goed jaar geleden. Er was ondertussen een en ander gebeurd. Vooral in mijn privé-leven. Vrije tijd was ineens minder evident. Het huis was plots niet meer zo afgewerkt, de tuin was plots 22 keer zo groot en meisjes werden plots 8 jaar jonger. En hoewel mijn talent om familiebezoek te vermijden intact was gebleven kwam het zo toch dat de blog stilaan op een ex-blog begon te lijken. Af en toe was er nog even een schijnmanoevre of een kortstondige opflakkering , maar de concurrentie van die andere internet-hype waar ik me heb door laten vangen werd té groot.

En dus kwamen de twijfels: heeft het nog zin? Het leven wél, maar een blog over dat leven? Zouden we dat wel voortzetten? De twijfel werd een beslissing, niét doordat ik zelf de knoop doorhakte, dat zou al te gek zijn. Neen, het waren de aanhoudende, weliswaar goedbedoelde, plagerijen van K. die de doorslag gaven. En dus is dit de allerlaatste zin van Zouden we dat wel doen?