het leven volgens henkdecorte

08 september 2016

Ik ben een dierenbeul.

Ik ben een dierenbeul. Dat zeg ik zelf niet, dat hebben vandaag twee mensen luidop tegen mij gezegd.
Het was een beetje zelfgezocht, dat moet ik toegeven. Ik had op twitter even luidop deze vraag gesteld:


En toen volgde het een hele dag reacties van voor- en tegenstanders van onverdoofd slachten. Een paar interessante, een paar grappige en heel veel zure, racistische en zielige reacties. Weg sfeer, weg debat.
De twee mensen die mij kortweg 'ja, je bent een dierenbeul noemden' waren twee mensen die ik graag tot het interessante kamp reken. En dat had een mooi debat kunnen opleveren, helaas.

Mijn enige bedoeling was om wat nuance en vertwijfeling in het debat te krijgen. Want ik ben uiteraard vóór verdoofd slachten en tegen nodeloos dierenleed. Maar ik ben ook heel erg tegen hypocrisie en gebrek aan kennis. En in dit zwart/wit-schapendebat is het volgens mij niet allemaal zo simpel, tenzij je hypocriet mag zijn.
Enkel volbloed vegetariërs hebben het recht tegen onverdoofd slachten te zijn
De voorbije dagen werden we er door De Standaard nog een keertje aan herinnerd dat een groot deel van het vlees dat in onze winkels ligt waarschijnlijk halal is en dus onverdoofd is geslacht. Blijkbaar liggen veel vleeseters daar minder wakker van dan van de schapen die voor het islamitische offerfeest worden geslacht.
Je mag van mij - zoals die veel mensen de voorbije weken en maanden - samen met onze Vlaamse Minister van Dierenwelzijn staan schreeuwen dat onverdoofd slachten barbaars is, maar wees dan niet hypocriet en word dan vegetariër. Pas als volbloed vegetariër heb je het recht om een strikt verbod op onverdoofd slachten te eisen. En dan zal ik nog veel respect voor je opbrengen ook.

Ik ben geen vegetariër, ik eet alles. Toen ik een keertje iemand vertelde hoe mijn dieet er ongeveer uitziet maakte die mij er attent op dat ik 'de regel van Michael Pollan' volg. Ik kende man noch regel, maar toen ik het opzocht bleek dat inderdaad helemaal overeen te komen met mijn eetgewoonten. Pollan vatte zijn hele visie op gezonde voeding samen in 7 woorden:  Eat food. Not too much. Mostly plants.


Mostly plants. Veel groenten en fruit, ook veel granen en noten. Maar niet Only Plants, ik eet dus wel degelijk eieren, kaas, vlees en vis. Tegelijkertijd ben ik er zeker van dat ik veel minder vlees eet dan de gemiddelde Vlaming, zelfs nog altijd veel minder dan de gemiddelde 'om-verdoofd-slachten-schreeuwende-Vlaming'.  Ik doe dat bewust. Te veel vlees eten is slecht voor mijn eigen gezondheid, voor ons leefmilieu en voor de dieren. Ik probeer niet enkel minder vlees te eten, ik probeer ook bewuster te zijn in het soort vlees dat ik eet. Liever biologisch geteeld vlees dan industrieel gekweekt vlees. Liever seizoensvis dan overbeviste tonijn. En liever verdoofd dan onverdoofd geslacht, dat ook ja.
Dierenwelzijn gaat over zo veel meer dan enkel de manier waarop we ze afmaken
Want dierenwelzijn is belangrijk, we zijn geen barbaren meer. Maar, en nu komt het: dierenwelzijn gaat over zoveel meer dan enkel de manier waarop we ze afmaken. Het leven dat de dieren geleid hebben vooraleer ze afgemaakt worden is toch nog veel belangrijker dan het feit of ze nu al dan niet een slagpin in de kop geschoten kregen voor dat mes die halsslagader doorsnijdt? Het gaat er toch gewoon om dat die dieren zo weinig mogelijk afzien?
"kippen die pijn gehad hebben zijn niet lekker"
Ik heb als kind gezien hoe mijn grootmoeder en mijn vader kippen slachtten. Mijn grootmoeder zag dat ik dat niet leuk vond. Ze troostte mij door te zeggen dat ze haar best deed om die beestjes niet te veel pijn te doen, want 'kippen die pijn gehad hebben zijn niet lekker.' Dat laatste was wellicht een leugentje om bestwil, maar het vat wel samen waar het om draait: als je vlees wilt eten moet er geslacht worden, leuk of niet leuk, schattig of niet schattig. En als er geslacht moet worden doe je dat zoals je het dier hopelijk ook hebt gekweekt: met respect voor de basisrechten van zo'n beest. Want wij zijn tenslotte zelf toch geen beesten?

En dan komen we bij die kippen van mij. Ik heb legkippen. Die beesten leggen in ruil voor keukenrestjes dagelijks of tweedagelijks een ei. Ik ben hen daar zo dankbaar voor dat ik ze een mooie, grote ren heb gegeven. Met veel ruimte, veel gras, veel schaduwplekjes en veel oude boomstammen vol lekkere insecten en wormen. Ik mag er graag van uitgaan dat die beesten een wondermooi leven als kip leiden. Ik heb ze in ieder geval nog niet horen klagen.
Wanneer ze niet onverdoofd door een vos of een marter gekeeld worden houden ze het zo enkele jaren uit tot ze wat ouder en strammer worden. Dat is het moment waarop ik denk: ik mag ze niet laten uitteren, ik moet ze nu slachten. Dan kan ik ze tenminste nog opeten.
Een dier slachten doe je niet met sadistisch genoegen, laat dat duidelijk zijn
En dan moet ik drie dagen moed bijeenrapen om er echt werk van te maken. Want een levend dier slachten is geen pretje, je doet dat niet met sadistisch genoegen. Ik zou het ook liever  verdoven maar hoe doe je dat? Met ether? Met een overdosis slaappillen?  Ik zou het niet weten. En dus doe ik het zo rationeel mogelijk: ik leg de kip rustig neer met haar kop op een stevig houtblok en snijdt dan met een vlijmscherp mes in één stevige haal de hele nek door. Binnen de halve seconde is dat beest dood. Dat zit dan wel nog wat na te spartelen, en dat ziet er heel erg pijnlijk en creepy uit,
maar gelukkig weet ik dat dat enkel om spastische zenuwtrekken gaat van een dier dat al zeker dood is. Dood als: gevoelloos en dus pijnloos.

Ik slacht dus mijn kippen onverdoofd. Maar ik weet wel heel zeker dat ze er veel beter aan toe zijn dan al die verdoofd geslachte kippen uit de industriële kippenkweek die bij Ben Weyts en zijn schreeuwende volgelingen op de barbecue liggen.  En dus ben ik geen hypocriet.
En al zeker geen dierenbeul.