het leven volgens henkdecorte

22 februari 2019

Laten we met z'n allen wat vaker een eitje zijn.

'Ik woon letterlijk tussen de Afrikanen en de racisten in'


Wat is er toch aan de hand in de Denderstreek?
Die vraag hield de makers van #pano bezig en dus kampeerden ze twee maand lang in Ninove en Denderleeuw om te achterhalen wat het enorme electorale succes van Forza Ninove en het Vlaams Belang kan verklaren.
De reportage viel me tegen. Niet omdat ze geen correct beeld gaf van de werkelijkheid, want dat deed ze wel. Behalve dan dat sommige inwoners plots een soort Algemeen Nederlands begonnen te praten, iets wat in dagelijkse realiteit eerder uitzonderlijk is in de Denderstreek.

De reportage viel mij tegen omdat ik alles wat ik te zien kreeg al wist. Ik woon daar namelijk, in Denderleeuw. Nu al bijna 13 jaar. Net lang genoeg om de 'invasie' van Afrikaanse Brusselaars in dit godvergeten saaie Vlaamse dorp meegemaakt te hebben.
Ik neem dagelijks de trein vanuit het station waar de mensen 's avonds niet meer durven te komen. Mijn jongste gaat naar de school waar meer dan de helft van de leerlingen thuis geen Nederlands praat en ik woon - letterlijk - tussen de Afrikanen en de racisten in.

‘Je moet begrip kunnen opbrengen voor het onbegrip’


De reportage viel mij ook hard tegen omdat ze de problemen wel benoemde, maar er nergens een oplossing te horen viel.
Of toch? Een van de stamgasten van het Ninoofse café Groeneweg vergeleek het samenleven van auto- en allochtonen als het tevergeefs proberen te mengen van olie en azijn. 'Dat lukt nooit goed. Na enkele minuten scheiden olie en azijn opnieuw.', doceerde hij, terwijl hij nog even van zijn verschaalde Jupiler nipte. 'Ge kunt er ook mayonaise van maken maar dan hebt ge eieren nodig. Als bindmiddel. En die eieren hebben ze niet.', voegde hij eraan toe. Met die "ze" bedoelde hij de politici of de overheid. Als je verschaalde Jupiler drinkt en op Forza Ninove stemt is dat ook allemaal één pot nat.
De man probeerde het probleem uit te leggen, maar zonder het zelf te beseffen was hij de enige in de hele reportage die het begin van een oplossing aanreikte: ei als bindmiddel.
We hebben eieren nodig. Als we nu eens allemaal wat meer ei probeerden te zijn?

Ik durf te zeggen dat ik al dertien jaar een ei ben. Ik had het al die jaren zelf zo nog niet gezien, maar het klopt wel. Ik probeer al die tijd al een soort bindmiddel te zijn. En er zijn nog zo'n mensen, maar nog lang niet genoeg. Niet genoeg om al die olie en al die azijn in dit dorp vermengd te krijgen, genoeg om de Vlaamse Belangers te verzoenen met de Afrikaans-Brusselse tsunami.

Om een ei te worden heb je wel een bijzondere eigenschap nodig: je moet begrip kunnen hebben voor de angst en het racisme. Je moet als het ware begrip kunnen opbrengen voor het onbegrip.

‘Mensen uitschelden voor racisten heeft nog nooit een probleem opgelost.’


Nogal wat kijkers reageerden verbaasd of verbolgen op de openlijk racistische uitspraken van enkele inwoners in de reportage. Die uitspraken doen mij ook pijn, maar de mensen die ze doen zijn ook maar mensen. Ze zijn bang van alles wat vreemd is en zien hun dorp veranderen. En veranderen is in hun ogen niet verbeteren. De verkeerde kracht van verandering.
Ja, het is racisme wat er in die mensen zit en het is racisme wat eruit komt. Je kan dan schreeuwen dat het laaggeschoolde, marginale en tandeloze racisten zijn en dat zij de kern van het probleem zijn, maar mensen uitschelden voor racisten heeft nog nooit een probleem opgelost. Ik stel voor dat we daar daar dan ook voorgoed mee stoppen.

Let wel: dat ik begrip heb voor die angst en de boosheid van die mensen wil nog niet zeggen dat ik ze ook gelijk geef. Niet als ik ze bezig zie in #pano en ook niet als ik met ze praat, want dat is wat het ware ei moet doen: praten. Hen niet beschuldigen van racisme, hen ook niet naar de mond praten, wel gewoon beleefd tegenspreken.
De mensen in de reportage zijn mijn buren, zijn de ouders van de vrienden van mijn jongste en zijn de mensen die ik in de buurtsupermarkt tegen het lijf loop. Heel vaak word ik in dit dorp geconfronteerd met ronduit racistische reacties. En dan begint mijn taak als ei...
'En dan proef ik al een beetje de mayonaise.'
Dan leg ik uit dat die Afrikaanse jongens die 'de straat terroriseren' toch ook maar gewoon jongens zijn. Jongens die thuis geen tablet of Wii hebben en dus in de zomer gewoon op straat spelen, zoals Jean-Marie De Decker dat vroeger ook deed. En dat als ze wat te veel lawaai maken of te kort bij de auto's voetballen je dat ook gewoon kan zeggen, zonder te roepen 'dat het altijd hetzelfde is met die vreemden' en 'dat ze dan maar moeten terugkeren naar Afrika, waar dat allemaal mag.'
En dan neem ik afscheid door te zeggen dat die ene kleine, zwarte jongen binnenkort bij Anderlecht, de man zijn favoriete club, mag gaan voetballen. En dan loop ik naar die jongens en vraag hen om gewoon een paar meter verderop in de straat te gaan voetballen, omdat die mijnheer terecht bang is dat de bal zijn auto kan beschadigen. En dan neem ik afscheid met een grapje over oude mannen die liever hun auto zien dan hun vrouw. En dan proef ik een beetje mayonaise.

Soms leg ik uit dat sommige Afrikaanse vrouwen nu eenmaal graag luid praten en luid lachen, ook aan de telefoon. Maar dat dat nog geen reden is om even luid door de supermarkt te roepen 'dat we hier niet in de brousse zijn, hé!'. En dan spreek ik die zwarte mevrouw aan, in het Frans, want ik doe daar niet moeilijk over, dat ze misschien toch beter haar telefoontje afsluit als het haar beurt is om af te rekenen aan de kassa. Waarop die vrouw zich prompt excuseert. En dan neem ik afscheid met een knipoog naar de kassierster. En dan proef ik in haar glimlach alweer een beetje mayonaise.

'En ja, ze zouden beter wat Nederlands leren.', zeg ik soms, 'dat zou het allemaal wat makkelijker maken, voor iedereen.' zeg ik dan. Maar ik leg wel uit dat je dat niet kan verplichten, of toch niet op straat, want dat het toch maar doodnormaal is dat ze Lingala spreken tegen elkaar als ze elkaar op straat tegenkomen.  Dat als zij - stel je voor! - in Kinshasa of Timbouktou haar Vlaamse collega tegen het lijf zou lopen ze waarschijnlijk toch ook in het Nederlands zou beginnen. En dan vertel ik er ook nog snel bij dat het ook niet evident is met dat Nederlands in Denderleeuw. 'Want da ge toch al graëlijk a best moetj doen om deij minsjken dat dialect klappn te verstoan as ge ni van hie zetj.' En dan moet ze lachen, en dan proef ik al een beetje de mayonaise. Een heel klein beetje.

Laten we met z'n allen wat vaker een eitje zijn.